Jesaja 52:14
Nu is zijn gelaat wel onmenselijk verwrongen, En heeft zijn gestalte niets menselijks meer;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Psalms 22:6Doch ik ben maar een worm en geen mens, Door de wereld bespot, veracht door het volk;
Psalms 22:17Al mijn beenderen kan ik tellen. Ze werpen begerige blikken, En gluren mij aan;
Psalms 102:3Want als rook gaan mijn dagen voorbij; En mijn gebeente gloeit als een oven;
Isaiah 53:2Als een vormeloos rijsje schiet Hij omhoog, Als een wortel uit dorstige grond; Zonder gestalte of luister, waar we naar opzien, Zonder gratie, die ons behaagt.
Matthew 22:22Toen ze dit hoorden, waren ze verwonderd; ze lieten Hem met rust, en gingen heen.
Matthew 27:14Maar Hij antwoordde hem op geen enkele beschuldiging, zodat het den landvoogd erg verbaasde.