Jesaja 57:4
Over wien waagt ge het, u vrolijk te maken, Tegen wien de mond op te zetten, En uw tong uit te steken? Zijt ge geen kinderen der zonde, En leugenbroed?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3En gij, komt gij maar eens hier Gij heksenwichten, Ras van overspeler en hoer!
Cross References
Exodus 9:17Zo ge u dus opnieuw tegen mijn volk durft verzetten, en het niet laat vertrekken,
Numbers 16:11Dus tegen Jahweh spant gij samen met heel uw aanhang. Want wat is Aäron, dat gij mort tegen hem!
Judges 16:25En vrolijk geworden zeiden ze: Roept Samson, om voor ons op te treden. Ze lieten Samson uit de gevangenis halen, om voor hen op te treden, en men plaatste hem tussen de zuilen.
Job 16:9Zijn toorn verscheurt en bestookt mij, Hij knerst de tanden tegen mij! Mijn tegenstanders zouden mij met hun ogen doorboren,
Psalms 22:13Ze sperren hun muil naar mij open Als verscheurende, brullende leeuwen.
Psalms 35:21Ze zetten een grote mond tegen mij op, En zeggen: Ha, ha! We hebben het met eigen ogen gezien!