Jeremia 43:2
riepen Azarja de zoon van Hosjaäja, Jochanan de zoon van Karéach, en al die koppige lieden Jeremias toe: Gij liegt! Jahweh, onze God, heeft u niet gezonden, en niet gezegd: Ge moogt niet in Egypte gaan wonen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Exodus 9:17Zo ge u dus opnieuw tegen mijn volk durft verzetten, en het niet laat vertrekken,
Psalms 10:4De zondaar trekt honend zijn neus op voor Jahweh, En denkt maar: “Hij straft niet; er is geen God!”
Psalms 119:21Gij bedreigt de hoogmoedigen, Vervloekt, die uw geboden verlaat;
Proverbs 6:17Van brutale ogen; van een valse tong; Van handen, die onschuldig bloed vergieten;
Proverbs 16:5Jahweh verafschuwt alle hooghartige mensen; De hand erop: ze ontkomen niet aan hun straf.
Proverbs 30:9Opdat ik U in mijn overvloed niet verloochene En zeggen durf: “Wie is Jahweh!” Of in mijn armoede niet tot stelen kom, En mij vergrijp aan de Naam van mijn God.