Jeremia 51:3
De schutter spanne zijn boog, En steke zich in zijn pantser: Ge moet zijn jonge mannen niet sparen, Maar heel zijn leger vernielen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
4Ze moeten worden neergesabeld in het land der Chaldeën, Op zijn straten worden doorstoken;
Cross References
Psalms 137:9Heil hem, die uw kinderen grijpt, En tegen de rots te pletter slaat!
Jeremiah 9:21Want de dood is door onze vensters geklommen, En onze paleizen binnengedrongen! Hij maait de kinderen weg van de straat, De jeugd van de pleinen;
Jeremiah 50:14Op, rondom in het gelid tegen Babel, Allen, die de boog kunt spannen; Beschiet het, spaart de pijlen niet, Want het heeft tegen Jahweh gezondigd.
Jeremiah 50:27Doodt al zijn stieren, Naar de slachtbank er mee; Wee hun, want hun dag is gekomen, De tijd van hun straf!
Jeremiah 50:41Zie, daar komt een volk uit het noorden, een grote natie, Machtige koningen rukken aan van de grenzen der aarde,
James 2:13Want onbarmhartig is het oordeel over hem, die geen barmhartigheid heeft getoond; maar de barmhartigheid neemt het tegen het oordeel op.