bible.software › Jeremia › Jeremia 51 › Jeremia 51:32
Jeremia 51:32
Dat de veren bezet zijn De kanalen verdroogd, Zijn paleizen in brand, Zijn grendels gebroken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And that the passages are stopped, and the reeds they have burned with fire, and the men of war are affrighted.
In Context
31De ene renner volgt op den ander, Bode na bode, Om den koning van Babel te melden, Dat zijn stad van alle kant is genomen.
33Want zo spreekt Jahweh der heirscharen, Israëls God! Babels dochter is een dorsvloer, Wanneer men dien stampt; Nog een korte tijd, Dan komt haar oogst!
Read all of Jeremia 51
Cross References
Isaiah 44:27Die tot de afgrond spreekt: Droog uit, Uw stromen laat Ik verzanden;
Jeremiah 51:30De helden van Babel staken de strijd, En sluiten zich op in de burchten; Hun moed is verdwenen, vrouwen zijn ze geworden, De krijgers van schrik overmand.
This Verse In Other Editions
Study Jeremia 51:32