Jeremia 8:19
Hoort het jammeren van de dochter van mijn volk Uit verre gewesten: Is Jahweh dan niet meer in Sion, Is zijn Koning daar niet? Waarom hebben ze Hem toch getart met hun beelden, Met die nietigheden uit de vreemde?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
18Ongeneeslijk mijn smart, Mijn hart is zo ziek,
20De oogst is voorbij, de zomer ten einde, En we zijn nòg niet gered.
Cross References
Deuteronomy 31:17Dan zal mijn toorn tegen hen ontbranden; en Ik zal hen verlaten en mijn aanschijn voor hen verbergen, zodat zij tot een aas zullen worden, en talloze rampen en noden hen treffen. Op die dag zal het zeggen: Omdat mijn God niet in mijn midden vertoeft, word ik door die rampen getroffen.
Deuteronomy 32:21Zij hebben Mij geprikkeld door een god van niets, Mij door hun ijdelheden getart. Maar Ik zal hen prikkelen door een volk van niets, Hen tarten door een ijdel volk;
Psalms 137:1Aan Babels stromen zaten wij schreiend Bij de gedachte aan Sion;
Psalms 149:2Laat Israël zich in zijn Schepper verheugen, Sions kinderen zich in hun Koning verblijden;
Isaiah 12:6Juicht en jubelt, bewoners van Sion, Israëls Heilige is groot onder u!
Isaiah 33:22Want Jahweh zal onze rechter zijn, Jahweh onze bestuurder en koning: