Job 13:26
Dat Gij zo’n bitter lot mij bestemt, En de fouten wreekt van mijn jeugd;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For thou writest bitter things against me, and makest me to possess the iniquities of my youth.
In Context
25Wilt gij een weggewaaid blad nog verschrikken, Een verdorde halm nog vervolgen:
27Mijn voeten steekt in een blok, al mijn gangen bewaakt, En mijn voetzolen bespiedt?
Cross References
1 Kings 17:18Man Gods, hoe heb ik het nu met u? Zijt ge hier gekomen, om mij voor mijn schuld te doen boeten, en mijn zoon te doen sterven?
Job 20:11En al is zijn gebeente vol jeugdige kracht, Het legt zich neer bij hem in het graf.
Psalms 88:3Want mijn ziel is zat van ellende, Mijn leven het rijk der doden nabij;
Jeremiah 31:19Ja, na mijn afval, Kreeg ik berouw; En toen ik het inzag, Sloeg ik mij de heupen. Nu bloos ik van schaamte, Want ik boet de schanddaden van mijn jeugd.
John 5:14Later trof Jesus hem in de tempel, en sprak tot hem: Zie, ge zijt gezond geworden: zondig niet meer, opdat u niets ergers overkomt.