Job 16:4
Ik zou juist eender als gij kunnen spreken, Waart gij in mijn plaats; Mooie woorden tegen u kunnen zeggen, Het hoofd over u kunnen schudden;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Komt er dan nooit een eind aan die bluf, Wat prikkelt u toch, om te praten?
5U met de mond kunnen troosten, En met de lippen beklagen.
Cross References
Job 6:2Ach, mocht mijn wrevel worden gewogen, Maar tegelijk met mijn leed op de weegschaal gelegd:
Job 11:2Zo’n praatvaar zou onbeantwoord blijven, Zo’n held met de lippen in het gelijk gesteld;
Psalms 22:7Al die mij zien, lachen mij uit, Grijnzen, en schudden meewarig het hoofd:
Psalms 44:14Gij laat de heidenen over ons schimpen, De volkeren meewarig het hoofd over ons schudden.
Proverbs 10:19In een vloed van woorden wordt licht een fout begaan; Wijs dus hij, die zijn lippen opeenknijpt!
Jeremiah 18:16Zo maakten ze hun land tot een steppe, Tot bespotting voor eeuwig; Wie er doorheen trekt, verstomt, Schudt meewarig het hoofd.