Job 18:19
Hij heeft onder zijn volk geen kroost, geen geslacht, In zijn woonplaats geen, die hem rest.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He shall neither have son nor nephew among his people, nor any remaining in his dwellings.
In Context
18Men stoot hem uit het licht de duisternis in, Men jaagt hem uit de wereld weg;
20Over zijn lot staat het Westen ontsteld, En het Oosten siddert er van:
Cross References
Job 8:4Wanneer uw kinderen tegen Hem hebben gezondigd, Dan heeft Hij hun slechts hun misdaad vergolden!
Job 20:26De diepste duisternis houdt hem omvangen; Een vuur verslindt hem, dat niet is ontstoken, Vreet weg wat nog leeft in zijn tent.
Job 42:13Ook kreeg hij twee maal zeven zonen en drie dochters;
Psalms 109:13Laat zijn kroost ten ondergang worden gedoemd, Zijn naam al verdwijnen in het eerste geslacht.
Isaiah 14:21Maar men maakt voor zijn zonen een slachtbank gereed, Om de schuld van hun vader; En nooit meer rukken ze op, om de aarde te veroveren, En de wereld met puin te bedekken.
Jeremiah 22:30Zo spreekt Jahweh: Teken dien man als kinderloos op, Als een man, wien niets in het leven gelukt; Want van zijn kroost zal het niemand gelukken, Op Davids troon zich te zetten, En weer over Juda te heersen!