Job 19:11
Zijn gramschap tegen mij laten woeden, Mij als zijn vijand behandeld.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He hath also kindled his wrath against me, and he counteth me unto him as one of his enemies.
In Context
10Hij heeft mij van alle kant ondermijnd: en daar ga ik heen; Mijn hoop ontworteld als een boom,
Cross References
Job 13:24Waarom verbergt Gij uw aanschijn, En beschouwt Gij mij als uw vijand?
Job 16:9Zijn toorn verscheurt en bestookt mij, Hij knerst de tanden tegen mij! Mijn tegenstanders zouden mij met hun ogen doorboren,
Psalms 89:46Hoe lang nog, Jahweh, zult Gij U maar altijd verbergen, En zal uw gramschap laaien als vuur?
Lamentations 2:4Als een vijand heeft Hij zijn boog gespannen, Zijn rechter gebald als een vechter, Vermoord al de lust voor de ogen In de tent van de dochter van Sion, Zijn verbolgenheid uitgestort Als een vuur.