The Bible Software
bible.software › Job › Job 19 › Job 19:8

Job 19:8

Hij heeft mijn weg versperd: ik kan niet voorbij, En duisternis op mijn paden gelegd;

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

He hath fenced up my way that I cannot pass, and he hath set darkness in my paths.

In Context

7Zie, ik roep: “Geweld!” maar vind geen verhoring, Ik roep om hulp: mij geschiedt geen recht!

9Mijn eer heeft Hij mij ontroofd, De kroon mij van het hoofd gerukt.

Read all of Job 19

Cross References

Joshua 24:7riepen zij tot Jahweh, en Hij zette een duisternis tussen u en de Egyptenaren, en joeg de zee over hen heen, zodat ze hen verzwolg. Uw eigen ogen hebben gezien, wat Ik in Egypte gedaan heb. En na uw jarenlang verblijf in de woestijn,

Job 30:26Ja, ik hoopte op geluk, maar het onheil kwam; Ik verwachtte het licht, maar het duister viel in.

Proverbs 4:19De weg der bozen gelijkt op een donkere nacht, Ze weten niet, waarover ze struikelen;

Isaiah 59:9Daarom blijft het recht ook verre van ons, En kan ons het heil niet bereiken; Wij wachten op licht, en zie, het blijft donker, Op zonnegloren, en wij wandelen in duisternis rond.

Jeremiah 23:12Daarom wordt de weg, die ze gaan, Als een glibberig pad in het donker, Waarop ze struikelen en vallen. Want Ik ga rampen over hen brengen In hun jaar van vergelding: Is de godsspraak van Jahweh!

Lamentations 3:7Hij metselde mij in, zodat ik niet kon ontsnappen, En verzwaarde mijn ketens;

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Job 19:8

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
← Job 19:7Job 19Job 19:9 →