Job 20:19
Want hij heeft de armen verdrukt en verlaten, Hun huis geroofd, niet gebouwd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
18Zijn winst geeft hij terug, en slokt ze niet door, Verheugt zich niet in de vrucht van zijn handel;
20Omdat hij voor zijn buik geen verzadiging vond, Niets aan zijn eetlust ontsnapte,
Cross References
1 Samuel 12:3Hier sta ik nu! Legt voor Jahweh en voor zijn gezalfde getuigenis over mij af! Wiens rund heb ik genomen of wiens ezel ontvreemd; wien heb ik afgezet of verongelijkt; van wien heb ik geschenken aangenomen, al was het een paar sandalen? Zegt het mij, dan kan ik mij verantwoorden.
Job 18:15Zij woont in zijn tent, die hem niet langer behoort, En over zijn woning wordt zwavel gestrooid.
Job 22:6Ja, zonder noodzaak neemt ge pand van uw broeders, En trekt de berooiden de kleren uit;
Job 31:13Indien ik het recht van mijn slaaf heb verkracht, Of van mijn slavin, met mij in geschil:
Job 35:9Men klaagt wel over allerhande verdrukking En jammert onder de macht der tyrannen,
Psalms 12:5Om de nood der verdrukten En het kermen der armen Ga Ik opstaan, zegt Jahweh, Om redding te brengen aan wie er naar smacht!