Job 21:19
Gij zegt: God wreekt zijn misdaad op zijn kinderen, En zal hem zo zijn wraak laten voelen!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
God layeth up his iniquity for his children: he rewardeth him, and he shall know it.
In Context
18Worden zij als stro voor de wind, Als kaf, opgejaagd door de storm?
Cross References
Genesis 4:7Indien ge onberispelijk leeft, wordt uw offer zeker aanvaard; zo niet, dan loert de zonde aan de deur, gaat naar u haar begeerte, en zult ge ze moeten overwinnen.
Numbers 14:18Jahweh is lankmoedig en rijk aan genade. Hij vergeeft de zonden en misdaden wel maar laat ze niet ongestraft; Hij wreekt de misdaad van de vaderen op de zonen tot in het derde en vierde geslacht.
Deuteronomy 32:41Wanneer Ik mijn bliksemend zwaard heb gewet, En mijn hand naar het strafgericht grijpt, Zal Ik mij wreken op mijn vijand, En die Mij haten, doen boeten.
Job 22:24Dan zult ge het goud als stof gaan schatten, Het Ofirgoud als kiezel der beken.
Psalms 109:9Zijn kinderen mogen wezen, Zijn vrouw een weduwe worden;
Isaiah 53:4En toch, Hij draagt ònze kwalen, En torst ònze smarten; Maar wij beschouwen Hem als een melaatse, Geslagen, vernederd door Gòd.