Job 22:7
Den dorstige geeft ge geen water, Den hongerige onthoudt ge zijn brood.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Thou hast not given water to the weary to drink, and thou hast withholden bread from the hungry.
In Context
6Ja, zonder noodzaak neemt ge pand van uw broeders, En trekt de berooiden de kleren uit;
8Den man met de vuist moet het land toebehoren, En de gunsteling moet het bewonen;
Cross References
Job 31:17Heb ik ooit alleen mijn brood genuttigd, En de wees daarvan niet mee laten eten?
Psalms 112:9Milddadig deelt hij aan de armen uit: Zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand, En zijn hoorn verheft zich in ere.
Proverbs 19:17Wie goed is voor een arme, leent aan Jahweh; Hij zal hem zijn weldaad vergelden.
Isaiah 58:10Wanneer ge uw hart voor den hongerige opent, En den versmachtende verzadigt! Dan zal uw licht in de duisternis stralen, Uw nacht zal zijn als klaarlichte dag;
Ezekiel 18:16niemand afzet, geen onderpand eist, zich andermans goed niet toeëigent; zijn voedsel met den hongerige deelt en den naakte kleding verschaft;
Romans 12:20Maar, “als uw vijand honger heeft, geef hem te eten, en als hij dorst heeft, geef hem te drinken; want dan stapelt ge vurige kolen op zijn hoofd.”