Job 26:7
Hij spant het Noorden over de baaierd, Hangt de aarde boven het niet;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He stretcheth out the north over the empty place, and hangeth the earth upon nothing.
In Context
6Het dodenrijk ligt naakt voor zijn oog, De onderwereld zonder bedekking.
8Hij knevelt de wateren in zijn zwerk, De wolken bersten niet onder haar last;
Cross References
Job 9:8Die de hemel uitspant, Hij alleen, En voortschrijdt over de golven der zee;
Psalms 89:13Aan U de arm met heldenkracht; Uw hand is sterk, uw rechter verheven.
Proverbs 8:23Van oudsher ben ik gevormd, Van den beginne, vóór de eerste tijden der aarde.
Isaiah 40:22Hij troont op het gewelf van de aarde, Zodat haar bewoners als sprinkhanen zijn; Hij spreidt de hemelen uit als een tentdoek, En spant ze als een tent, waarin men gaat wonen!
Isaiah 42:5Zo spreekt Jahweh, die de hemelen schiep en ze spande, Die de aarde vormde met wat er groeit, Die adem geeft aan het volk, dat er woont, En levensgeest aan die er wandelen.