Job 27:19
Rijk legt hij zich neer: het is de laatste maal, Hij opent zijn ogen: hij is er niet meer.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The rich man shall lie down, but he shall not be gathered: he openeth his eyes, and he is not.
In Context
18Hij trekt zijn woning op als een spin, Aan de hut gelijk, die wachters bouwen;
20Verschrikkingen grijpen hem aan overdag, En ‘s nachts sleurt een stormwind hem weg;
Cross References
Job 7:8Dat het oog van hem, die mij ziet, mij niet meer zal speuren, En wanneer gij uw blik op mij richt, ik er niet meer zal zijn.
Job 14:10Maar sterft een mens, ontzield blijft hij liggen Geeft hij de geest, hij is er niet meer.
Job 20:5Het gejuich van den boze slechts korte tijd duurt, De vreugde van den goddeloze een ogenblik?
Job 21:23En de een gaat dood, geheel voldaan, Volkomen gelukkig en rustig,
Job 24:24Een korte tijd rijst hij omhoog, dan is hij niet meer. Hij verdort als een kwijnende plant, Verlept als de top van een aar!
Psalms 58:9Voordat de doornen hun ketels verhitten: Onverbrand of verbrand, Hij vaagt ze weg.