Job 27:21
De oostenwind neemt hem op: daar gaat hij heen, Hij vaagt hem weg van zijn plaats.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The east wind carrieth him away, and he departeth: and as a storm hurleth him out of his place.
In Context
20Verschrikkingen grijpen hem aan overdag, En ‘s nachts sleurt een stormwind hem weg;
22Zonder erbarmen slingert God zijn pijlen op hem af, Zodat hij voor zijn slagen moet vluchten;
Cross References
Exodus 9:23Moses hief zijn staf naar de hemel, en Jahweh liet het donderen en hagelen; de bliksem schoot op de aarde, en Jahweh liet een zware hagel neerkletteren op Egypte.
Job 21:18Worden zij als stro voor de wind, Als kaf, opgejaagd door de storm?
Psalms 58:9Voordat de doornen hun ketels verhitten: Onverbrand of verbrand, Hij vaagt ze weg.
Jeremiah 18:17Als een oostenwind Zal Ik ze voor hun vijand verstrooien; Ik zal ze met de nek bezien, niet met het gelaat, Op de dag van hun nood!
Nahum 1:3Wel is Jahweh lankmoedig, Maar groot ook in kracht, Hij laat niets ongestraft; Zijn weg loopt door storm en orkaan, De wolken zijn het stof van zijn voeten.