Job 29:12
Want ik hielp den arme, die om bijstand riep, Den wees, die geen helper meer had;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Because I delivered the poor that cried, and the fatherless, and him that had none to help him.
In Context
11Toen het oor, dat het hoorde, mij gelukkig prees En het oog, dat het zag, mij bijval schonk!
13Dien de ondergang dreigde, zegende mij, Het hart der weduwe vrolijkte ik op;
Cross References
Exodus 22:22Weduwen en wezen zult ge nimmer verdrukken.
Nehemiah 5:2Sommigen zeiden: We moeten onze zonen en dochters verpanden, om koren te kopen, te eten en in het leven te blijven.
Job 22:6Ja, zonder noodzaak neemt ge pand van uw broeders, En trekt de berooiden de kleren uit;
Job 24:4De berooiden worden van de weg gedrongen, De armen in het land moeten zich allen verbergen;
Job 31:17Heb ik ooit alleen mijn brood genuttigd, En de wees daarvan niet mee laten eten?
Job 31:21Indien ik mijn hand tegen een rechtschapene ophief, Omdat ik bemerkte, dat men mij in de poort ondersteunde: