Job 29:17
Maar den boosdoener brak ik de tanden, En rukte hem de prooi uit zijn kaken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And I brake the jaws of the wicked, and plucked the spoil out of his teeth.
In Context
16Voor armen was ik een vader, Voor onbekenden onderzocht ik het pleit.
18Ik dacht bij mijzelf: Oud zal ik sterven Mijn dagen zullen talrijk zijn als het zand;
Cross References
1 Samuel 17:35dan ging ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het lam uit zijn muil. En wilde hij mij aanvallen, dan greep ik hem bij zijn manen en sloeg hem dood.
Psalms 3:7Sta op dan, Jahweh; Red mij, mijn God! Want Gij slaat al mijn vijanden in het gezicht, Stoot de bozen hun tanden stuk.
Psalms 124:3Dan hadden zij ons levend verslonden, In hun ziedende woede;
Proverbs 30:14Het geslacht, met tanden als zwaarden En kiezen als messen, Om den arme van de aarde weg te vreten, En den behoeftige weg van zijn grond.