Job 29:9
Staakten de edelen hun gesprek En legden de hand op hun mond.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The princes refrained talking, and laid their hand on their mouth.
In Context
8Trokken de jongemannen zich terug, zodra ze mij zagen, Rezen de grijsaards op en bleven staan,
10De stem der leiders verstomde, Hun tong kleefde aan hun gehemelte vast;
Cross References
Job 4:2Zullen wij het woord tot u richten, tot u, zo verslagen? Maar wie zou zijn woorden kunnen bedwingen?
Job 21:5Ziet mij aan, en staat verstomd, En legt uw hand op de mond!
Proverbs 10:19In een vloed van woorden wordt licht een fout begaan; Wijs dus hij, die zijn lippen opeenknijpt!
James 1:19Verstaat dit goed, mijn geliefde broeders! Een ieder zij vlug in het horen, maar traag in het spreken, traag in de toorn;