Job 3:19
Waar kleinen en groten gelijk zijn, De slaven van hun meesters bevrijd.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The small and great are there; and the servant is free from his master.
In Context
18Waar de gevangenen allemaal vrede genieten, En de stem van de drijvers niet horen;
20Waarom het licht aan een rampzalige geschonken, Aan zielsbedroefden het leven:
Cross References
Job 21:26Tezamen liggen ze neer in het stof, Door de wormen bedekt!
Psalms 49:2Kinderen uit het volk en edelgeborenen, Rijken en armen, allen te zamen!
Psalms 49:14Als schapen worden ze het graf ingejaagd, Het is de dood, die ze weidt; Regelrecht zinken ze neer in de kuil, En hun gestalte gaat over tot de ontbinding van de dood.
Ecclesiastes 12:5Eer men opziet tegen iedere hoogte, En men bang is op straat; De amandel niet meer smaakt, de sprinkhaan te zwaar ligt, En het kapperkruid niet meer bekomt. Eer men op weg is naar zijn eeuwige woning, En de klagers al rondgaan op straat;
Luke 16:22Maar toen de arme gestorven was, werd hij door de engelen in Abrahams schoot gedragen. Daarna stierf ook de rijke, en werd begraven.