Job 3:23
Aan den man, wiens pad in de duisternis ligt, Wien God elke uitweg heeft afgesneden!
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Why is light given to a man whose way is hid, and whom God hath hedged in?
In Context
22Die met blijdschap zouden juichen, En jubelen, wanneer zij het graf zouden vinden?
24Want als mijn brood komt mijn zuchten, En als water stort zich mijn jammerklacht uit;
Cross References
Job 13:27Mijn voeten steekt in een blok, al mijn gangen bewaakt, En mijn voetzolen bespiedt?
Job 19:8Hij heeft mijn weg versperd: ik kan niet voorbij, En duisternis op mijn paden gelegd;
Psalms 31:8Neen, Gij geeft mij niet prijs aan de macht van den vijand, Maar zet mijn voeten op veilige grond.
Psalms 88:9Mijn oog versmacht van ellende. De ganse dag, Jahweh, roep ik U aan, En strek mijn handen naar U uit:
Lamentations 3:7Hij metselde mij in, zodat ik niet kon ontsnappen, En verzwaarde mijn ketens;
Hosea 2:6Daarom zal Ik haar paden met doornen omheinen, Met muren versperren, zodat ze haar weg niet meer vindt.