Job 30:1
Maar thans lachen jongere mensen mij uit, Lieden, wier vaders te min voor mij waren, Om ze bij mijn herdershonden te zetten;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Wier sterke hand mij zelfs niet kan dienen, Daar al hun kracht verloren ging,
Cross References
2 Kings 2:23Vandaar ging Eliseüs naar Betel. Toen hij de weg daarheen opging, kwamen er kleine jongens uit de stad, die hem spottend toeriepen: Kom hier, kaalkop! Kom hier, kaalkop!
Job 19:13Mijn broeders houden zich verre van mij, Mijn bekenden zijn vreemden voor mij;
Job 29:8Trokken de jongemannen zich terug, zodra ze mij zagen, Rezen de grijsaards op en bleven staan,
Psalms 69:12Die in de poort zitten, praten over mij, En de slempers maken er liedjes op.
Mark 14:65Toen begonnen sommigen Hem te bespuwen, zijn gelaat te bedekken en Hem kaakslagen te geven, en dan tot Hem te zeggen: Profeteer! Ook de dienstknechten sloegen Hem in het gelaat.
Luke 23:14en sprak tot hen: Gij hebt dezen man bij me gebracht als een volksopruier; zie, ik heb Hem in uw bijzijn verhoord, en dien man aan niets schuldig bevonden van al wat gij Hem ten laste legt.