Job 30:12
Aan mijn rechterhand verheft zich dat broed, Mijn voeten stoten hen weg; Ze banen tegen mij hun onheilspaden,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
11Zij mishandelen mij, nu ze hun teugel hebben losgerukt Hun breidel hebben afgeworpen.
13En vernielen mijn weg, om mij te verderven. Ze trekken op, er is niemand, die hen weerhoudt,
Cross References
Job 19:18Zelfs de kinderen minachten mij, En brutaliseren mij, als ik optreed.
Isaiah 3:5Dan zal het volk beginnen te vechten, Man tegen man, En vriend tegen vriend; Kwajongens vallen grijsaards aan, En vlegels mannen van aanzien;