Job 31:29
Heb ik mij in het ongeluk van mijn vijand verheugd, Of gejubeld, omdat onheil hem trof;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
If I rejoiced at the destruction of him that hated me, or lifted up myself when evil found him:
In Context
28Ook dat zou een halszaak voor het gerecht zijn geweest, Omdat ik God in den hoge had verloochend!
30Heb ik mijn gehemelte niet verboden te zondigen, En door een verwensing zijn leven te eisen;
Cross References
2 Samuel 1:12Wenend en vastend rouwden zij tot de avond over Saul en zijn zoon Jonatan, over het volk van Jahweh en het huis Israël, omdat zij door het zwaard waren gevallen.
2 Samuel 16:5Toen koning David Bachoerim bereikt had, kwam iemand van het geslacht van Sauls familie uit die plaats gelopen; hij heette Sjimi, en was een zoon van Gera. Al vloekend kwam hij naar buiten gelopen,
Psalms 35:25Laat ze niet denken: “Ha, nu zijn wij tevreden!” Niet zeggen: “We hebben hem onder de voet!”
Proverbs 24:17Als uw vijand valt, moet ge u niet verheugen, Als hij struikelt, u niet verblijden;
Obadiah 1:13Niet binnenrukken in de poort van mijn volk, Op de dag van zijn nood. Ge hadt u over zijn rampen niet mogen verheugen, Op de dag van zijn jammer; Uw hand niet aan zijn have slaan, Op de dag van zijn kommer.