Job 31:30
Heb ik mijn gehemelte niet verboden te zondigen, En door een verwensing zijn leven te eisen;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Neither have I suffered my mouth to sin by wishing a curse to his soul.
In Context
29Heb ik mij in het ongeluk van mijn vijand verheugd, Of gejubeld, omdat onheil hem trof;
31Hebben mijn tentgenoten niet gezegd: Wie verzadigt zich niet aan het vlees van zijn vijand?
Cross References
Ecclesiastes 5:2Wees niet gauw met uw mond, En laat uw hart geen overijlde woorden uiten voor God; Want God is in de hemel, gij hier op aarde. Wees dus spaarzaam met uw woorden;
Matthew 5:22Maar Ik zeg u: Wie vertoornd is op zijn broeder, zal schuldig zijn voor het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Raka, zal schuldig zijn voor de Hoge Raad. En wie zegt: Dwaas, zal strafbaar zijn met het helse vuur.
Matthew 12:36En Ik zeg u: Van ieder ijdel woord, dat de mensen hebben gesproken, zullen ze rekenschap geven op de oordeelsdag.
James 3:6Ook de tong is een vuur: een wereld van ongerechtigheid. Onder onze leden is het de tong, die heel het lichaam bezoedelt, en ons levensrad in brand steekt, zelf in vlam gezet door de hel.
1 Peter 2:22Hij heeft geen zonde bedreven, en er was geen bedrog in zijn mond;