Job 33:19
Dan kastijdt Hij hem door smart op zijn sponde, Door een koorts in zijn beenderen zonder eind,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He is chastened also with pain upon his bed, and the multitude of his bones with strong pain:
In Context
18Om zo zijn ziel voor de groeve te bewaren, Zijn leven voor de gang naar het graf.
20Zodat zijn leven van het brood gaat walgen, Zijn ziel van de begeerlijkste spijs;
Cross References
2 Chronicles 16:10Maar Asa ergerde zich aan den ziener, en was om die vermaning zo boos op hem, dat hij hem in de gevangenis liet zetten. Bij die gelegenheid mishandelde Asa nog andere mensen uit het volk.
Job 5:17Gelukkig, gij mens, dien God kastijdt: Versmaad dus de straf van den Almachtige niet!
Job 20:11En al is zijn gebeente vol jeugdige kracht, Het legt zich neer bij hem in het graf.
Job 30:17Des nachts wordt mijn gebeente doorboord, En nemen mijn knagende pijnen geen rust;
Psalms 38:4Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.
Psalms 119:67Eer ik vernederd werd, dwaalde ik af, Maar nu houd ik mij aan uw bestel;