Job 38:6
Waarop zijn haar zuilen geplaatst, Of wie heeft haar hoeksteen gelegd:
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Whereupon are the foundations thereof fastened? or who laid the corner stone thereof;
In Context
5Wie heeft haar grootte bepaald: gij weet het zo goed; Wie het meetsnoer over haar gespannen?
7Onder het gejuich van het koor der morgensterren, Het jubelen van de zonen Gods?
Cross References
1 Samuel 2:8Uit het stof beurt Hij den zwakke op, Van de mesthoop haalt Hij den behoeftige weg, Om hun een plaats bij de vorsten te geven, En hun een erezetel te schenken. Want aan Jahweh behoren de zuilen der aarde: Daarop heeft Hij de aardschijf gegrondvest.
Psalms 24:2Want Hij heeft ze op de zeeën gegrond, En geplant op de stromen.
Psalms 104:5Gij hebt de aarde op haar pijlers gegrond, Zodat ze voor eeuwig niet wankelt.
Psalms 144:12Nu zijn onze zonen als planten, Zorgvuldig gekweekt in hun jeugd; Onze dochters als zuilen, Voor de bouw van paleizen gehouwen.
Zechariah 12:1Een godsspraak: Het woord van Jahweh over Israël. De godsspraak van Jahweh, die de hemelen spant, de aarde grondt, en de geest der mensen in zijn binnenste vormt.
2 Peter 3:5Het ontgaat hun immers met opzet, dat door Gods woord de hemelen van oudsher bestonden, en de aarde uit water en door water ontstond;