Job 39:11
Vertrouwt ge op hem om zijn geweldige kracht, Laat ge aan hem uw arbeid over;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Wilt thou trust him, because his strength is great? or wilt thou leave thy labour to him?
In Context
10Slaat gij een touw om zijn nek, Egt hij de voren achter ú?
12Rekent ge op hem, om uw oogst te gaan halen, En uw graan op uw dorsvloer te brengen?
Cross References
Genesis 1:28Toen zegende God ze, en sprak tot hen: Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen der zee, de vogels in de lucht en over alle levende wezens, die zich op de aarde bewegen.
Genesis 42:26Zij laadden het koren op hun ezels, en trokken weg.
Psalms 20:7Anderen gaan trots op wagens en paarden, Wij op de Naam van Jahweh, onzen God;
Psalms 144:14De runderen in onze weiden bij tienduizenden drachtig. Geen bres en geen stormloop, Op onze pleinen geen kermen:
Proverbs 14:4Waar geen runderen zijn, blijft de kribbe schoon; Rijke inkomsten dankt men aan de kracht van den os.
Isaiah 30:16Ge hebt gezegd: Neen! Op paarden willen we vluchten; Ja, ge zùlt moeten vluchten! Op dravers zullen we rennen; Ja, uw vervolgers rennen achter u aan!