Job 41:26
Het zwaard, dat hem treft, is er niet tegen bestand, Geen lans, geen speer en geen schicht.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
The sword of him that layeth at him cannot hold: the spear, the dart, nor the habergeon.
In Context
25Voor zijn majesteit sidderen de baren Trekken de golven der zee zich terug.
27Hij rekent het ijzer voor stro, Voor vermolmd hout het koper;
Cross References
Exodus 28:32In het midden moet een opening zijn, om het hoofd er door te steken; die opening moet, als de hals van een wapenrok, rondom met een kunstig geweven zoom zijn afgezet, zodat ze niet kan inscheuren.