Job 41:32
Achter hem aan een lichtend spoor, Als had de afgrond zilveren lokken.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He maketh a path to shine after him; one would think the deep to be hoary.
In Context
31Hij doet de afgrond koken als een ketel, Verandert de zee in een wierookpan;
33Zijns gelijke is er op aarde niet; Geschapen, om niemand te vrezen;
Cross References
Genesis 1:2Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren.
Genesis 15:15Gij zelf zult in vrede tot uw vaderen gaan, en in hoge ouderdom worden begraven.
Genesis 42:38Maar hij antwoordde: Mijn zoon gaat niet met u mee; want zijn broer is dood, en hij alleen is nog over. Overkomt hem een ongeluk op de reis, die ge onderneemt, dan zoudt ge mijn grijze haren met kommer ten grave doen dalen.
Job 38:16Zijt ge doorgedrongen tot de bronnen der zee, Hebt ge de bodem van de Oceaan bewandeld;
Proverbs 16:31Het grijze haar is een heerlijke kroon, Die op het pad der deugd wordt verkregen.