Job 5:4
Zijn kinderen werden van hulp verstoken, Reddeloos vertrapt in de poort;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
3Ik heb den dwaas wel wortel zien schieten, Maar plotseling verrotte zijn akker;
5Wat zij hebben geoogst, eet een hongerige op, En de dorstige rooft en drinkt de melk van hun kudde
Cross References
Exodus 20:5Gij moogt ze niet aanbidden of dienen. Want Ik, Jahweh, uw God, ben een naijverige God, die de zonden der vaders wreekt op de zonen, op het derde en vierde geslacht van hen, die Mij haten,
Job 4:10Het gebrul van den leeuw en het gehuil van den luipaard verstomt. De tanden der leeuwenwelpen worden stuk gebroken;
Job 10:7Ofschoon Gij weet, dat ik niet schuldig ben, En niemand mij uit uw hand kan redden?
Job 27:14Krijgt hij veel zonen, ze zijn bestemd voor het zwaard, En zijn kroost lijdt gebrek;
Psalms 109:9Zijn kinderen mogen wezen, Zijn vrouw een weduwe worden;
Psalms 119:155Het heil blijft ver van de bozen verwijderd, Want ze zoeken uw inzettingen niet;