Job 6:26
Meent gij, mijn woorden te moeten berispen: Woorden van een wanhopige, die in de wind zijn gesproken?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Do ye imagine to reprove words, and the speeches of one that is desperate, which are as wind?
In Context
25Hoe zoet zijn woorden, die oprecht zijn gemeend, Maar hoe grievend de berisping van u!
27Wilt gij het lot over een onschuldige werpen, En de staf breken over uw vriend?
Cross References
Job 2:10Maar hij sprak tot haar: Ge praat als een dwaas! Zouden we wel het goede van God willen aannemen, maar het kwade niet? Dus ondanks dit alles heeft Job zelfs niet met zijn lippen gezondigd.
Job 4:3Zie, zelf hebt ge velen terecht gewezen, En slappe handen gesterkt;
Job 6:9Dat het God behaagde, mij te verpletteren, Zijn hand zich bewoog, om mij weg te maaien.
Job 10:1Ik walg nu toch van het leven, En laat dus de vrije loop aan mijn klagen; Ik spreek in de bitterheid van mijn ziel,
Job 38:2Wie zijt gij, die de Voorzienigheid duister maakt Door woorden zonder verstand?
Job 40:8Wilt ge ook nu nog mijn gerechtigheid loochenen, Mij in het ongelijk stellen, om gelijk te hebben?