Job 9:17
Hij, die mij vertrapt om een kleinigheid En mijn smarten vermeerdert om niet;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
For he breaketh me with a tempest, and multiplieth my wounds without cause.
In Context
16En al gaf Hij mij antwoord, als ik riep, Dan geloof ik niet, dat Hij naar mij zou luisteren.
18Hij, die mij niet op adem laat komen, Maar mij met bitter wee overstelpt.
Cross References
Job 2:3Jahweh vroeg satan: Hebt ge daarbij gelet op mijn dienaar Job, en hoe er op aarde zijns gelijke niet is: geen zo onberispelijk en rechtschapen, geen die God vreest en het kwaad schuwt, als hij. Nog blijft hij volharden in zijn deugd; tevergeefs hebt ge Mij dus tegen hem opgehitst, om hem tot de bedelstaf te brengen.
Job 2:13En zeven dagen en zeven nachten bleven ze op de grond naast hem zitten, zonder dat iemand een woord tot hem sprak; want ze zagen, hoe vreselijk zijn smart was.
Job 16:12Ik leefde in vrede: Hij heeft me gebroken, Bij de nek gegrepen en neergesmakt; Hij heeft mij tot zijn doelwit gemaakt,
Job 16:17Maar omdat er geen geweld aan mijn handen kleeft, Klinkt mijn rein gebed naar omhoog:
Job 30:22Gij heft mij op, jaagt mij voort op de wind, Een noodweer lost mij in water op.
Job 34:6Ondanks mijn recht moet ik lijden, Mijn wonde is ongeneeslijk, al ben ik niet schuldig!