Job 9:18
Hij, die mij niet op adem laat komen, Maar mij met bitter wee overstelpt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He will not suffer me to take my breath, but filleth me with bitterness.
In Context
17Hij, die mij vertrapt om een kleinigheid En mijn smarten vermeerdert om niet;
19Gaat het om kracht: Hij is er, de Sterke! Gaat het om recht: Wie klaagt Hem aan?
Cross References
Ruth 1:20Doch zij zeide haar: Noemt me niet Noömi, maar noemt me Mari, want de Almachtige heeft mij met bitterheid vervuld.
Job 7:19Wanneer wendt Gij eindelijk eens uw oog van mij af, En laat Gij mij tijd, om mijn speeksel te slikken?
Psalms 39:13Houd op; opdat ik nog vreugde mag hebben, Eer ik heenga, en er niet meer zal zijn!
Psalms 88:15Van jongsaf ben ik in ellende en zorgen gedompeld, Ik ben radeloos onder de last van uw plagen;
Lamentations 3:3Telkens keerde Hij zijn hand tegen mij, Elke dag opnieuw.
Lamentations 3:18Ik zeide: Weg is mijn roemen, Mijn hopen op Jahweh!