Job 9:6
Die de aarde op haar plaats doet schudden, Haar zuilen trillen ervan;
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Which shaketh the earth out of her place, and the pillars thereof tremble.
In Context
5Hem, die bergen verzet, en ze merken het niet, Ze onderstboven keert in zijn toorn;
7Die de zon bevel geeft, niet te stralen, En de sterren onder een zegel legt!
Cross References
1 Samuel 2:8Uit het stof beurt Hij den zwakke op, Van de mesthoop haalt Hij den behoeftige weg, Om hun een plaats bij de vorsten te geven, En hun een erezetel te schenken. Want aan Jahweh behoren de zuilen der aarde: Daarop heeft Hij de aardschijf gegrondvest.
Job 38:4Waar waart ge, toen Ik de aarde grondde: Vertel het, zo ge er iets van weet!
Psalms 114:6Bergen, dat gij wegsprongt als rammen, Gij heuvels als lammeren?
Isaiah 2:19Wegsluipen in de spelonken en in de holen der aarde, Uit angst voor Jahweh en de glans van zijn luister, Als Hij opstaat, om de aarde met ontzetting te slaan.
Isaiah 13:13De hemelen trillen er van, De aarde wordt uit haar voegen gerukt: Om de gramschap van Jahweh der heirscharen Op de dag van zijn gloeiende toorn!
Isaiah 24:19De aarde gaat splijten en bersten, Versplintert en scheurt, Wankelt en tuimelt,