Johannes 12:1
Zes dagen voor Pasen kwam Jesus te Betánië, waar Lázarus woonde, dien Jesus uit de doden had opgewekt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2Men richtte daar een maaltijd voor Hem aan; Marta bediende, en Lázarus was één van zijn disgenoten.
Cross References
Matthew 21:17Hij liet hen staan, ging de stad uit naar Betánië, en overnachtte daar.
Mark 11:11Zo trok Hij Jerusalem en de tempel binnen. En toen Hij alles had afgezien, en het intussen laat was geworden, keerde Hij met de twaalf naar Betánië terug.
Luke 24:50Toen leidde Hij hen naar Betánië, hief zijn handen op, en zegende hen.
John 11:44En de dode kwam te voorschijn, de voeten en handen in windsels gewikkeld, en zijn gezicht met een zweetdoek omwonden. Jesus zei hun: Maakt hem los, en laat hem gaan.
John 12:20Onder hen, die bij gelegenheid van dit feest ter aanbidding waren opgegaan, bevonden zich ook enige heidenen.