Johannes 13:26
Jesus antwoordde: Hij is het, voor wien Ik het stuk brood zal indopen, en wien Ik het toereik. Toen nam Hij een stuk brood, doopte het in, en gaf het aan Judas, den zoon van Simon Iskáriot.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
25Nu vlijde hij zich aan Jesus’ borst, en sprak tot Hem: Heer, wie is het?
27En met het stuk brood voer de satan in hem. Jesus zei hem: Wat ge doet, doe dat spoedig.
Cross References
Mark 14:19Nu werden ze bedroefd, en vroegen Hem de een na den ander: Ben ik het?
John 6:70Jesus hernam: Heb Ik u alle twaalf niet uitverkoren? En toch, één uwer is een duivel.
John 13:30Terstond nadat hij het stuk brood had gegeten, ging hij heen. Het was nacht.