Johannes 4:32
Maar Hij sprak tot hen: Ik heb een spijs te eten, die gij niet kent.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
But he said unto them, I have meat to eat that ye know not of.
In Context
31Intussen nodigden de leerlingen Hem uit, en zeiden: Rabbi, eet.
33De leerlingen zeiden dus tot elkander: Heeft iemand Hem soms iets te eten gebracht?
Cross References
Psalms 25:14Jahweh’s vriendschap geldt hun, die Hem vrezen, Hij maakt hen deelachtig aan zijn Verbond.
Psalms 119:103Hoe zoet voor mijn gehemelte is uw bestel, Meer dan honing voor mijn mond;
Proverbs 18:20Door de vrucht van de mond wordt iemands maag gevuld; Van de oogst zijner lippen wordt hij verzadigd
Jeremiah 15:16Zodra ik uw woorden ontving, heb ik ze verslonden, Uw woord was mij een vreugde en blijdschap des harten; Want uw Naam is over mij uitgeroepen, o Jahweh, God der heirscharen!
Acts 20:35In ieder opzicht heb ik u getoond, dat men zó arbeiden moet, om de zwakken te steunen, en de woorden van den Heer Jesus indachtig te zijn, die zelf heeft gezegd “Het is zaliger te geven dan te ontvangen”.