Jozua 18:3
Daarom sprak Josuë tot de Israëlieten: Hoelang zult ge nog te traag zijn, om het land binnen te trekken en in bezit te nemen, dat Jahweh, de God van uw vaderen, u heeft gegeven?
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
2waren er onder de Israëlieten nog zeven stammen, die hun erfdeel niet hadden verdeeld.
Cross References
Joshua 1:6Wees sterk en dapper; want gij zult dit volk bezit doen nemen van het land, dat Ik hun vaderen onder ede beloofd heb, hun te geven.
Judges 18:9antwoordden zij: Vooruit, we moeten tegen hen optrekken. We hebben dat land gezien; het is voortreffelijk. Blijft nu niet werkeloos talmen, met dat land in bezit te gaan nemen!
Proverbs 10:4Een vadsige hand kweekt armoe, De hand der vlijtigen maakt rijk.
Proverbs 15:19De weg van een luiaard is als een doornheg, Het pad der vlijtigen is gebaand.
Zephaniah 3:16Op die dag zal men tot Jerusalem zeggen: Vrees niet Sion, laat uw handen niet hangen;
John 6:27Arbeidt niet voor de spijs die vergaat, maar voor de spijs die blijft tot in het eeuwige leven, en die de Mensenzoon u zal geven. Want op Hem heeft God, heeft de Vader zijn zegel gedrukt.