Jozua 19:47
Maar toen het gebied der Danieten te eng voor hen werd, trokken ze op, vielen Lésjem aan, namen het in, en joegen het over de kling. Ze namen het in bezit, gingen er wonen, en gaven aan Lésjem de naam Dan, zoals hun vader heette.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
46Me-Hajjarkon en Harakkon, met inbegrip van het gebied tegenover Joppe.
48Deze steden met haar dorpen vormden het erfdeel van de families van de stam der Danieten.
Cross References
Deuteronomy 33:22Over Dan sprak hij: Dan is een jonge leeuw, Die opspringt uit Basjan.
Judges 18:1In die dagen, toen er geen koning was in Israël, zag de stam Dan naar een erfdeel uit, om er zich te vestigen; want tot nog toe was hem geen erfbezit onder Israëls stammen ten deel gevallen.
2 Samuel 24:6Vervolgens bereikten ze Gilad, daarna Kadesj in het land der Chittieten. Vandaar gingen ze naar Dan, en van Dan ombuigend naar Sidon.