Jozua 24:33
Toen ook Elazar, de zoon van Aäron, gestorven was, begroef men hem op de heuvel van zijn zoon Pinechas, welke hem in het bergland van Efraïm was afgestaan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Exodus 6:25Elazar, de zoon van Aäron, nam een van de dochters van Poetiël tot vrouw, en zij baarde hem Pinechas. Dit zijn de stamhoofden der Levieten naar hun geslachten.
Numbers 20:26Ontdoe Aäron van zijn gewaden, en bekleed er zijn zoon Elazar mee. Dan zal Aäron daar bij zijn volk worden verzameld en daar sterven.
Joshua 14:1Dit zijn de erfdelen, die de Israëlieten in het land Kanaän hebben ontvangen, en die de priester Elazar en Josuë, de zoon van Noen, met de familiehoofden der stammen aan de Israëlieten hebben toegewezen.
Judges 18:13Vandaar gingen ze het bergland van Efraïm door, en kwamen bij het huis van Mika.
1 Kings 4:8Hun namen waren: De zoon van Choer in het gebergte van Efraïm.
Job 30:23Ja, ik weet, Gij leidt mij ten dode, Naar de verzamelplaats van al wat leeft.