Jozua 24:5
Toen zij dan een groot, machtig en talrijk volk waren geworden, en de Egyptenaren hen mishandelden, zond Ik Moses en Aäron, sloeg Egypte met de tekenen, die Ik daar wrochtte, en deed u er uitgaan.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
Cross References
Exodus 4:12Ga dus; Ik zal u in het spreken bijstaan en u ingeven, wat ge moet zeggen.
Exodus 7:1En Jahweh sprak tot Moses: Zie, Ik heb u tot God over Farao gesteld, en Aäron uw broeder zal uw profeet zijn.
Exodus 12:37Nu braken de Israëlieten van Raämses op, in de richting van Soekkot; ongeveer zeshonderd duizend man te voet, de kinderen niet meegerekend;
Exodus 12:51Nog op diezelfde dag, dat Jahweh de Israëlieten met hun legerscharen uit het land van Egypte leidde,
Psalms 105:26Zond Hij Moses, zijn dienstknecht, Aäron, dien Hij zelf had gekozen;
Psalms 135:8Hij was het, die Egypte’s eerstgeborenen sloeg, Van mensen en vee;