Jozua 8:29
Den koning van Ai liet hij tot de avond aan een paal hangen: eerst bij zonsondergang beval Josuë, het lijk er af te halen. Men wierp het neer bij de ingang van de stadspoort, en stapelde er een grote steenhoop op, die er nu nog ligt.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
30In die tijd bouwde Josuë op de berg Ebal een altaar voor Jahweh, Israëls God,
Cross References
Deuteronomy 21:23dan moogt ge zijn lijk ‘s nachts niet aan de paal laten hangen, maar moet ge het dezelfde dag nog begraven. Want een gehangene is door Jahweh gevloekt, en gij moogt het land niet bezoedelen, dat Jahweh, uw God, u tot erfdeel schenkt.
Joshua 8:23Den koning van Ai namen ze levend gevangen, en brachten hem voor Josuë.
Joshua 10:27Bij zonsondergang beval Josuë, ze van de palen af te halen en ze in de grot te smijten, waar ze zich hadden verborgen. Voor de ingang stapelde men grote stenen op, die er nu nog liggen.
Joshua 10:33En Horam, den koning van Gézer, die Lakisj toen nog te hulp kwam, versloeg Josuë, hem en zijn volk, zonder iemand te sparen.
2 Samuel 18:17Ze namen Absalom op, wierpen hem in een diepe kuil in het woud, en stapelden er een geweldige hoop stenen boven op. Intussen was heel Israël naar zijn tenten gevlucht.
Psalms 107:40Dan geeft Hij de tyrannen prijs aan de schande, En laat ze door de wildernis dolen.