bible.software › Richtere › Richtere 13 › Richtere 13:8
Richtere 13:8
Toen bad Manóach tot Jahweh: Ach Heer, laat de Godsman, dien Gij gezonden hebt, nog eens tot ons komen, om ons te leren, wat we voor den jongen, die geboren zal worden, moeten doen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Then Manoah intreated the LORD, and said, O my Lord, let the man of God which thou didst send come again unto us, and teach us what we shall do unto the child that shall be born.
In Context
7Hij zei me: “Ge zult moeder worden en een zoon baren. Maar ge moogt geen wijn of sterke drank drinken, en niets onreins eten; want van de moederschoot af tot de dag van zijn dood zal die jongen een Godgewijde zijn.”
9En God verhoorde Manóach. De engel van God kwam nog eens bij de vrouw, toen ze zich op het veld bevond. Daar Manóach, haar man, niet bij haar was,
Read all of Richtere 13
Cross References
Proverbs 3:5Vertrouw op Jahweh met heel uw hart, Verlaat u niet op uw eigen inzicht;
This Verse In Other Editions
Study Richtere 13:8