bible.software › Richtere › Richtere 18 › Richtere 18:8
Richtere 18:8
Toen ze dan ook bij hun broeders te Sora en Esjtaol terug kwamen, en dezen hun vroegen, hoe het gegaan was,
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
And they came unto their brethren to Zorah and Eshtaol: and their brethren said unto them, What say ye?
In Context
7De vijf mannen gingen dus verder, en kwamen te Láisj. Ze zagen, dat de mensen, die er woonden, onbekommerd leefden naar de zeden der Sidoniërs, rustig en onbezorgd. Er was aan niets gebrek in dat land, en het had rijke bronnen van bestaan. Ook waren ze ver verwijderd van de Sidoniërs, en onderhielden geen betrekkingen met Aram.
9antwoordden zij: Vooruit, we moeten tegen hen optrekken. We hebben dat land gezien; het is voortreffelijk. Blijft nu niet werkeloos talmen, met dat land in bezit te gaan nemen!
Read all of Richtere 18
Cross References
Judges 16:31En zijn broeders en heel zijn familie kwamen af, namen hem op, en voerden hem mee; ze begroeven hem tussen Sora en Esjtaol, in het graf van zijn vader Manóach. Twintig jaar was hij over Israël rechter geweest.
Judges 18:11Zo trokken dan zes honderd gewapende mannen van de stam Dan uit Sora en Esjtaol.
This Verse In Other Editions
Study Richtere 18:8