The Bible Software
bible.software › Richtere › Richtere 3 › Richtere 3:1

Richtere 3:1

Dit zijn de volken, die Jahweh met rust liet, om door hen de Israëlieten, die nog geen der oorlogen van Kanaän hadden leren kennen, op de proef te stellen,

De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939

In The King James Version

Now these are the nations which the LORD left, to prove Israel by them, even as many of Israel as had not known all the wars of Canaan;

In Context

2en om aan de geslachten der Israëlieten de strijd te leren, voor zover ze die tevoren niet kenden.

Read all of Richtere 3

Cross References

Deuteronomy 7:22Zeker, Jahweh, uw God, zal die volken slechts langzaam aan voor u verjagen, en gij zult ze niet ineens kunnen verdelgen; anders krijgen de wilde dieren de overhand op u.

Deuteronomy 8:16die u in de woestijn met manna heeft gevoed, dat uw vaders niet hebben gekend, en die u enkel daarom heeft vernederd en beproefd, om u ten slotte weldaden te bewijzen.

Judges 2:21daarom zal ook Ik geen der volken, die Josuë bij zijn dood heeft overgelaten, meer voor hen verdrijven,

2 Chronicles 32:31Zelfs in het geval van de tolken van Babels vorsten, die tot hem gezonden waren, om inlichtingen in te winnen omtrent het wonderteken, dat in zijn land was gebeurd, heeft God hem enkel verlaten, om hem te beproeven en zijn hart te doorgronden.

Proverbs 17:3De smeltkroes voor het zilver, de oven voor het goud; Maar de harten toetst Jahweh!

Jeremiah 17:9Het hart is het listigst van allen, Vol boosheid, wie kan het kennen?

This Verse In Other Editions

King James VersionBíblia Portuguesa MundialLuther Bibel (Deutsch)Bible Louis Segond (Français)Библия (Русский)新标点和合本성경 (한국어)الكتاب المقدس باللغة العربية، فان دايكBibbia Diodati (Italiano)Kinh Thánh (Tiếng Việt)Biblia Cornilescu (Română)Polish Biblia Gdanska (1881)Statenvertaling (Nederlands)

Study Richtere 3:1

Matthew HenryJamieson-Fausset-BrownAdam ClarkeJohn WesleyJohn CalvinKeil and DelitzschScofieldFamily Bible NotesGeneva Bible Notes (1599)
Richtere 3Richtere 3:2 →