bible.software › Richtere › Richtere 6 › Richtere 6:32
Richtere 6:32
Die dag gaf hij hem de naam Jeroebbáal, wat betekent: “laat Báal maar tegen hem vechten”, omdat hij zijn altaar heeft vernield.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
Therefore on that day he called him Jerubbaal, saying, Let Baal plead against him, because he hath thrown down his altar.
In Context
31Maar Joasj zei tot allen, die hem omringden: Zijt gij het dan, die Báal moet verdedigen; zijt gij het, die hem moet redden? Die hem durft verdedigen, zal vóór de morgen sterven. Indien hij God is, zal hij zichzelf wel verdedigen, als men zijn altaar vernielt.
33Alle Midjanieten, Amalekieten en stammen uit het oosten waren gezamenlijk de Jordaan overgetrokken en hadden hun legerplaats in de vlakte van Jizreël opgeslagen.
Read all of Richtere 6
Cross References
1 Samuel 12:11En Jahweh zond Jeroebbáal, Abdon, Jefte en Samuël, en bevrijdde u uit de macht van uw vijandige naburen, zodat gij onbezorgd kondt leven.
Jeremiah 11:13Juda, al hebt ge dan evenveel goden als steden; Jerusalem, al richt ge zoveel altaren op als ge straten bezit: altaren voor de Schande, altaren om aan Báal te offeren!
This Verse In Other Editions
Study Richtere 6:32