Richtere 8:18
Daarna vroeg hij aan Zébach en Salmoenna: Wat waren dat voor mannen, die ge op de Tabor vermoord hebt? Ze zeiden: Ze leken op u; ze zagen er uit als koningszonen.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
In Context
17Ook de toren van Penoeël haalde hij omver, en doodde de burgers der stad.
Cross References
Judges 4:6Deze nu liet Barak, den zoon van Abinóam, uit Kédesj in Neftali ontbieden, en sprak tot hem: Jahweh, de God van Israël, beveelt: Ruk met tien duizend man van de Neftalieten en Zabulonieten naar de berg Tabor op.
2 Kings 1:7Hij vroeg hun: Wat was het voor een man, die u tegemoet kwam, en zo tot u sprak?
Psalms 89:12Het Noorden en Zuiden, Gij hebt ze geschapen; Tabor en Hermon prijzen uw Naam!
Jude 1:16Dat zijn de morrende klagers, die leven naar hun eigen lusten; hun mond bralt hoogmoed, ze vleien anderen uit winstbejag.