Klaagliederen 3:12
Hij spande zijn boog, En maakte mij doel van de pijl.
De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939
In The King James Version
He hath bent his bow, and set me as a mark for the arrow.
In Context
11Hij sleurde mij van mijn wegen, om mij te verscheuren, En stortte mij in het verderf;
13Hij schoot door mijn nieren De pijlen van zijn koker.
Cross References
Job 6:4Ja, de pijlen van den Almachtige blijven in mij steken, Mijn geest zuigt er het gif van op; De verschrikkingen Gods Stellen zich tegen mij in slagorde op!
Job 16:12Ik leefde in vrede: Hij heeft me gebroken, Bij de nek gegrepen en neergesmakt; Hij heeft mij tot zijn doelwit gemaakt,
Psalms 7:13Houdt moordende wapens gereed, Maakt zijn pijlen als brandende schichten.
Lamentations 2:4Als een vijand heeft Hij zijn boog gespannen, Zijn rechter gebald als een vechter, Vermoord al de lust voor de ogen In de tent van de dochter van Sion, Zijn verbolgenheid uitgestort Als een vuur.